We spreken van pesten wanneer
Plagen is eerder van korte duur en herhaalt zich niet systematisch. Er is ook geen sprake van ongelijke machtsverhoudinen: plagen speelt zich af tussen gelijken. De andere persoon kan dus gemakkelijk terugplagen. Pesters gebruiken soms de term “plagen” om het gedrag dat ze stellen te minimaliseren. Wanneer er een meningsverschil is, kan je spreken van een ruzie, maar zijn beide partijen in staat om het zelf op te lossen en is er geen sprake van ongelijkheid in de machtsverhouding.
Bij fysiek pesten wordt je lichamelijk aangevallen. Voorbeelden zijn: knijpen, slaan, schoppen, aan het haar trekken, ect.
Bij verbaal pesten wordt gesproken of geschreven woorden worden gebruikt om iemand te kwetsen, te intimideren, belachelijk te maken of te vernederen. Voorbeelden zijn: schelden, beledigen, bedreigen, uitlachen, etc.
Bij sociaal pesten beschadig je sociale reputatie of relaties. Voorbeelden zijn: negeren, buitensluiten, met opzet het licht van de kleedkamer uitdoen, etc.
Bij materieel pesten worden persoonlijke eigendommen doelbewust beschadigd, gestolen, verstopt of afgepakt. Voorbeelden zijn: iemands badmintonracket verstoppen, sportschoenen onder water steken, truitje scheuren.
Bij cyberpesten is het herhaaldelijk en opzettelijk lastigvallen, bedreigen of vernederen van iemand via digitale media, zoals sociale media, WhatsApp of games. Voorbeelden zijn: een lelijke foto of video van iemand online plaatsen, beledigende comments posten, etc.
Deze vorm van pesten heeft dezelfde eigenschappen als de andere vormen van pesten, maar heeft een veel groter bereik door het digitale karakter ervan. De drempel om aan cyberpesten te doen is kleiner, aangezien de pester zich kan verbergen achter een scherm.